ECLI:NL:RVS:2019:2030
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering staatssecretaris
De vreemdeling heeft in 2016 asiel aangevraagd voor zichzelf en haar twee minderjarige kinderen. De staatssecretaris wees de aanvraag in eerste instantie af, waarna de rechtbank dit besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg de situatie van de kinderen zelfstandig te beoordelen.
Bij een nieuw besluit in maart 2018 wees de staatssecretaris de aanvraag opnieuw af, met twijfels over de authenticiteit van documenten van de kinderen en onzekerheid over hun verblijfplaats na geboorte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet onterecht twijfelde aan de documenten. De Raad stelde vast dat het niet vreemd was dat bepaalde namen ontbraken op documenten, dat de vreemdeling geen paspoort had overgelegd en dat de legalisatie door de vader was gedaan. Ook concludeerde de Raad dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij twijfelde aan de documenten en dat uit de documenten bleek dat het gezin in Karbala had verbleven.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond en beval een nieuw besluit. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.