ECLI:NL:RVS:2019:1967
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 13 april 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 16 april 2019 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank opschort. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter overwoog dat de staatssecretaris binnen zes maanden na verzending van de uitspraak een nieuw besluit moet nemen en dat er geen spoedeisende omstandigheden waren om de voorlopige voorziening toe te kennen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.