ECLI:NL:RVS:2019:1965
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris heeft op 4 april 2019 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 mei 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek tot voorlopige voorziening getoetst aan eerdere jurisprudentie en oordeelde dat het verzoek toewijsbaar is. Dit betekent dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €512,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 21 juni 2019 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.