ECLI:NL:RVS:2019:1937
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.T.J.M. Jurgens
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegemoetkoming faunaschade bij meerdere schadegevallen op hetzelfde perceel
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de afwijzing van twee verzoeken tot tegemoetkoming in faunaschade door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant. [Appellante sub 2] had schade geconstateerd op haar perceel door ganzenvraat en verzocht om vergoeding. Het Faunafonds en later het college wezen de verzoeken af vanwege te late aanvraag van een machtiging voor afschot.
De rechtbank oordeelde dat de beleidsregels van het college niet kennelijk onredelijk zijn, maar dat in dit concrete geval de toepassing ervan een onevenredige uitwerking had. De rechtbank vernietigde de besluiten en kende een tegemoetkoming toe van 25% van de getaxeerde schade, omdat de toename van de schade na het verkrijgen en gebruiken van de machtiging niet voorkomen kon worden.
Het college stelde hoger beroep in, evenals [appellante sub 2] incidenteel. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Zij oordeelde dat het beleid dat schade aan één oogst van één gewas als één schadegeval aanmerkt, niet onredelijk is, maar dat in gevallen van schade op verschillende momenten en delen van een perceel afzonderlijke schadegevallen moeten worden erkend. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.