ECLI:NL:RVS:2019:1917
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning na aangifte mensenhandel
De staatssecretaris wees op 23 november 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, legde een vertrekmaatregel op en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling had op 9 juni 2016 aangifte gedaan van mensenhandel, wat volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 een aanvraag tot verblijfsvergunning inhoudt met een streeftermijn van 24 uur voor besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris deze termijn niet had gerespecteerd en gaf hem de gelegenheid het besluit te herstellen. De staatssecretaris motiveerde het besluit nader, maar de rechtbank vernietigde het besluit alsnog. In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat de termijnoverschrijding gerechtvaardigd was vanwege een noodzakelijk strafdossieronderzoek naar eerdere strafbare feiten van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de termijn van 24 uur een streeftermijn is en dat de staatssecretaris redelijkerwijs niet binnen die termijn kon beslissen vanwege het onderzoek. De rechtbank had dit onvoldoende meegewogen, waardoor de uitspraak werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.