ECLI:NL:RVS:2019:1904
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 maart 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit bezwaar op 7 november 2017 ongegrond. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 juni 2018 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het beroep tegen het nieuwe besluit van 11 september 2018, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 en legde een griffierecht van €508,00 op. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van N. Verheij op 12 juni 2019.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst het beroep tegen het nieuwe besluit terug naar de rechtbank.