ECLI:NL:RVS:2019:1900
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over overplaatsing en vrijheidsbeperking vreemdeling
De vreemdeling werd op 7 december 2018 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezicht Locatie te Hoogeveen. Tegelijkertijd legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsbeperkende maatregel op. De vreemdeling stelde beroep in tegen beide besluiten bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. Op 4 maart 2019 verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep tegen het overplaatsingsbesluit van het COa werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Ten aanzien van het hoger beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel van de staatssecretaris oordeelde de Afdeling dat zij kennelijk onbevoegd is om van het hoger beroep kennis te nemen, omdat artikel 95, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing is en artikel 84, aanhef en onder a, van die wet de Afdeling uitsluit van kennisneming. De aangevoerde procesrechtelijke gronden door de vreemdeling boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het hoger beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegdheid.