ECLI:NL:RVS:2019:1876
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek gedeeltelijke intrekking waterwetvergunning wegens vermeende schade door grondwateronttrekking
Het Lijndensche Fonds verzocht het college om de waterwetvergunning voor grondwateronttrekking op de locatie Hemmen te beperken van 6 miljoen m3 naar 2 miljoen m3 per jaar vanwege scheuren in gebouwen op haar perceel, vermoedelijk veroorzaakt door de onttrekking.
Het college wees dit verzoek af, waarna het Lijndensche Fonds bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak werd betoogd dat het college niet had mogen besluiten voordat de resultaten van onderzoeken naar de effecten van de onttrekking bekend waren.
De Afdeling oordeelde dat het verzoek een gedeeltelijke intrekking betrof en dat het college niet hoefde te wachten op de onderzoeksresultaten. Hoewel schade aan gebouwen aanwezig is, is niet aannemelijk dat deze door de onttrekking van 6 miljoen m3 grondwater per jaar groter is dan bij vergunningverlening werd verwacht. Het belang van voldoende drinkwatervoorziening en een schaderegeling wegen mee.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot gedeeltelijke intrekking van de waterwetvergunning is bevestigd.