ECLI:NL:RVS:2019:1864
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van gezinsleven
De zaak betreft een Syrische vreemdeling van 75 jaar die een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aanvraagt om bij haar zoon, een houder van een verblijfsvergunning asiel, in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat naar zijn oordeel geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven bestond zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank vernietigde deze afwijzing omdat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd en niet alle relevante omstandigheden had betrokken. De staatssecretaris ging in hoger beroep, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Vervolgens nam de staatssecretaris een nieuw besluit op bezwaar, waarin hij opnieuw dezelfde motivering gaf. De Afdeling oordeelde dat dit besluit strijdig was met artikel 7:12 Awb Pro vanwege een ondeugdelijke motivering, onder meer door het onterecht doorslaggevend gewicht toe te kennen aan de exclusieve afhankelijkheid van de vreemdeling van haar zoon.
De Afdeling vernietigde het besluit van 12 april 2019 en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen, waarbij alle beschikbare informatie, waaronder medische verklaringen, in acht moet worden genomen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 12 april 2019 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van alle relevante informatie.