ECLI:NL:RVS:2019:1856
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris heeft op 1 maart 2019 besloten een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 april 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter verklaarde het hoger beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar stelde later vast dat het hoger beroep tijdig was ingediend. Daarom werd de eerdere uitspraak ambtshalve vervallen verklaard en werd opnieuw uitspraak gedaan.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is omdat het geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.