ECLI:NL:RVS:2019:1839
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervallenverklaring paspoort wegens gegrond vermoeden terrorisme
Appellante heeft tegen het besluit van de burgemeester om haar paspoort te vervallen te verklaren hoger beroep ingesteld nadat de rechtbank dit besluit had bevestigd. De burgemeester baseerde het besluit op een gegrond vermoeden, vastgelegd in het Register Paspoortsignaleringen, dat appellante naar Syrië zou uitreizen om zich aan te sluiten bij jihadistische strijdgroepen, wat een bedreiging vormt voor de nationale en internationale veiligheid.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht de vervallenverklaring had uitgesproken en dat de beperking van de vrijheid om te reizen gerechtvaardigd was in het belang van de openbare veiligheid. Appellante stelde dat de burgemeester niet bevoegd was om het vermoeden te toetsen en dat de maatregel een disproportionele inbreuk op haar rechten uit artikel 8 EVRM Pro vormde. Ook voerde zij aan dat zij geen effectieve rechtsbescherming had gekregen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De burgemeester hoeft het vermoeden niet ten volle te toetsen, maar moet wel controleren of de signalering actueel en niet evident onjuist is. Dit is in deze zaak voldoende gebeurd. De maatregel is proportioneel en noodzakelijk in het belang van de nationale veiligheid. De procedure biedt voldoende waarborgen en rechtsbescherming.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vervallenverklaring van het paspoort bevestigd.