ECLI:NL:RVS:2019:1796
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunningen geneesmiddelenverstrekking huisartsenpraktijk
De zaak betreft een verzoek van twee apothekers uit Neer tegen vergunningen die aan een huisartsenpraktijk in Kessel zijn verleend voor het bereiden en verstrekken van geneesmiddelen. De apothekers zijn het niet eens met de vergunningverlening en hebben eerder een hoger beroep ingesteld dat gegrond werd verklaard, waarbij het besluit van de minister werd vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
De minister heeft nog geen nieuw besluit genomen en heeft de beslistermijn op bezwaar met zes weken verdaagd vanwege een advies van een bezwaarcommissie. De apothekers stellen dat de minister te laat is met het nemen van het nieuwe besluit, maar dit verweer wordt verworpen omdat de termijn niet afhankelijk is van de mededeling over het advies van de commissie.
De apothekers verzoeken vervolgens om een voorlopige voorziening om de vergunningen te schorsen, stellende dat de besluiten kennelijk onrechtmatig zijn, het primaat bij apothekers ligt en zij financieel nadeel lijden. De voorzieningenrechter volgt dit niet, oordeelt dat de regelgeving een ministeriële afweging vereist en dat het financiële belang onvoldoende spoedeisend is. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de vergunningen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.