ECLI:NL:RVS:2019:1721
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering registratie vader in basisregistratie personen wegens twijfel aan echtheid geboorteakten
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg om als vader van zijn vier zoons te worden geregistreerd in de basisregistratie personen (BRP). Hij overhandigde daartoe gelegaliseerde geboorteakten uit Senegal, maar het college weigerde registratie vanwege twijfel aan de echtheid van deze documenten, gebaseerd op een onderzoek van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college zich terecht op het IND-onderzoek mocht baseren. Appellant stelde in hoger beroep dat hij beperkt werd in zijn bewijsvoering en dat DNA-onderzoek de juistheid van de akten kon aantonen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp dit betoog.
De Afdeling stelde dat de betrouwbaarheid van gegevens in de BRP gewaarborgd moet zijn en dat het college terecht concludeerde dat de documenten waarschijnlijk niet bevoegd waren opgemaakt. Het aanbod van appellant om DNA-onderzoek te laten verrichten was onvoldoende om de bewijsverplichting te voldoen. Ook werd geoordeeld dat het recht op privéleven niet werd geschonden door de weigering.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het collegebesluit tot weigering van registratie in de BRP wordt bevestigd.