ECLI:NL:RVS:2019:1703
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-handhaven weiden en bemesten zonder vergunning in Utrecht
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht had het bezwaar van Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en de Vereniging Leefmilieu tegen het besluit om niet handhavend op te treden tegen het zonder vergunning weiden van vee en bemesten van gronden door zeven veehouderijen ongegrond verklaard. Het college baseerde dit op een voorgenomen wijziging van het Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998, die een uitzondering op de vergunningplicht zou inhouden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze uitzondering op de vergunningplicht in strijd is met artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn en daarmee onverbindend is. Het college kon zich daarom niet beroepen op concreet zicht op legalisering op basis van die wijziging. Het besluit is daarmee in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en dient te worden vernietigd.
De betrokken veehouderijen beschikken wel over Nbw-vergunningen, maar deze bevatten geen beoordeling van de gevolgen van het weiden, en zij hebben geen vergunning voor het bemesten. Het college moet de bedrijven nu in de gelegenheid stellen om binnen een redelijke termijn vergunningaanvragen in te dienen. Pas daarna kan het college besluiten of handhavend wordt opgetreden.
Het college wordt opgedragen binnen een termijn tot 1 februari 2020 nieuwe besluiten te nemen en proceskosten te vergoeden aan de appellanten. Hiermee wordt duidelijkheid verschaft voor het bemestingsseizoen 2020.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten van Utrecht om niet handhavend op te treden wordt vernietigd en het college wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.