ECLI:NL:RVS:2019:1698
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 8 november 2018 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank, die deze beroepen op 24 april 2019 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen waardoor zij niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, op de wijze zoals gesteld voor toewijzing in aanmerking komt.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd op 27 mei 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.