ECLI:NL:RVS:2019:1627
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling intrekking erkenning APK na overtreding medewerkingsplicht en herziening sanctieduur
De RDW trok op 8 juni 2018 de erkenning van appellant voor het uitvoeren van APK-keuringen voor voertuigen tot 3500 kg voor twaalf weken in vanwege het niet aanwezig zijn van een voertuig en keuringsrapport bij een steekproefcontrole. Dit was een tweede overtreding binnen 30 maanden van categorie III. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze sanctie, stellende dat hij voldoende medewerking had verleend en dat de sanctie onevenredig was vanwege het omzetverlies.
De voorzieningenrechter wees het beroep af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde in hoger beroep vast dat de RDW bij de eerdere overtreding in 2015 een lichtere sanctie had opgelegd (categorie II) en dat de RDW daardoor had moeten afzien van de maximale sanctie van twaalf weken intrekking. De Afdeling oordeelde dat de RDW niet voldoende rekening had gehouden met deze bijzondere omstandigheden en het verscherpt toezicht dat sindsdien was ingesteld.
De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en stelde de duur van de intrekking vast op negen weken, conform het stroomschema in de Toezichtbeleidsbrief. De Afdeling oordeelde verder dat het omzetverlies en andere door appellant aangevoerde omstandigheden geen reden waren om de sanctie verder te matigen. Tot slot werd appellant schadeloos gesteld voor proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de APK-erkenning wordt vastgesteld op negen weken in plaats van twaalf weken.