ECLI:NL:RVS:2019:1614
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen inbeslagname gevaarlijke hond wegens overtreding aanlijn- en muilkorfgebod
Het college van burgemeester en wethouders van Assen nam op 4 september 2018 een besluit tot spoedbestuursdwang door de rottweiler van verzoeker in beslag te nemen vanwege meerdere incidenten waarbij het aanlijn- en muilkorfgebod niet werd nageleefd. Verzoeker deed hiertegen bezwaar en beroep, dat door de rechtbank werd afgewezen. Verzoeker stelde vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtsvragen niet in deze voorlopige voorziening konden worden beantwoord en dat een belangenafweging moest plaatsvinden. Verzoeker stelde dat de hond al ruim acht maanden in opvang verbleef, de situatie uitzichtloos was en dat de hond geen gevaarlijke hond was, mede op basis van een gedragsdeskundig rapport uit 2016. Verzoeker garandeerde zich te zullen houden aan het aanlijn- en muilkorfgebod.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het algemeen belang bij inbeslagname niet zwaarder woog dan het spoedeisende belang van verzoeker bij teruggave van de hond. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, het besluit tot inbeslagname geschorst en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij bestuursdwang en de mogelijkheid tot schorsing van bestuursbesluiten in voorlopige voorzieningenprocedures.
Uitkomst: Het besluit tot inbeslagname van de hond wordt geschorst en verzoeker krijgt de hond terug onder naleving van het aanlijn- en muilkorfgebod.