ECLI:NL:RVS:2019:1608
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 16 november 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 3 april 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening, inhoudende dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangt, gegrond is. Dit oordeel is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State van 20 februari 2019.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 17 mei 2019 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.