ECLI:NL:RVS:2019:1607
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 19 maart 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 mei 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de beroepsprocedure te ontvangen, gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). Daarom is bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van €512,00. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos op 17 mei 2019.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.