ECLI:NL:RVS:2019:1606
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 16 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 april 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens moet de staatssecretaris opvang en verstrekkingen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers bieden gedurende deze periode.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 17 mei 2019 door mr. A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.