ECLI:NL:RVS:2019:1605
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen projectplan vaarverbinding Reevediep wegens onvoldoende verstoring natuur
Bij besluit van 15 september 2017 stelde de minister het projectplan IJsseldelta-Zuid vast, gericht op het realiseren van een doorgaande vaarverbinding tussen de IJssel en het Drontermeer. Dit project omvatte onder meer de aanleg van een vaargeul, rieteilanden en een rietkraag ter bescherming van de roerdomp en grote karekiet.
De Stichting Werkgroep Zwartendijk en Natuurvereniging IJsseldelta stelden beroep in tegen het projectplan en de bijbehorende besluiten, waaronder een Wet natuurbeschermingsvergunning. Zij vreesden dat het recreatieve gebruik van de vaargeul tot verstoring van de beschermde vogelsoorten zou leiden, met name tijdens het broedseizoen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de reeds geopende vaarverbinding en het broedseizoen. Na een zitting en beoordeling van ecologische rapporten en ter plaatse verrichte metingen concludeerde de rechter dat het riet op de rieteilanden en rietkraag overwegend voldeed aan de vereiste hoogte en dichtheid, mede door aanvullende maatregelen zoals het plaatsen van een rietscherm.
Hierdoor was onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat het recreatieve gebruik van de vaargeul tot visuele verstoring van de vogels zou leiden. De voorzieningenrechter wees het verzoek om schorsing van de besluiten dan ook af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het projectplan en de besluiten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verstoring van beschermde vogelsoorten.