ECLI:NL:RVS:2019:1578
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. Beek-Gillessen
- D.A.C. Slump
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking subsidie natuurbeheer wegens onjuiste motivering college
Landgoed Het Watergat II B.V. ontving subsidie op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland (SNL) voor het in stand houden van een eendenkooi. Het college van gedeputeerde staten van Zeeland trok deze subsidie met terugwerkende kracht in en vorderde het betaalde voorschot terug, omdat volgens het college geen subsidieaanvraag door de vennootschap was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, stellende dat de vennootschap wist of behoorde te weten dat de subsidieverlening onjuist was. De vennootschap stelde echter dat het college op eigen initiatief de subsidie met terugwerkende kracht aan haar had toegekend en dat zij geen aanvraag had ingediend voor de eendenkooi.
De Raad van State oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de subsidieverlening onjuist was wegens het ontbreken van een aanvraag, mede omdat een aanvraag van de oorspronkelijke aanvrager (de kooiker) bestond die het college op eigen initiatief op naam van de vennootschap had gezet. De intrekking was daarom onredelijk en onjuist gemotiveerd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, herroept het primaire besluit en verklaart het beroep gegrond. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de vennootschap vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de subsidie wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.