ECLI:NL:RVS:2019:1521
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een fout en miscommunicatie door Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) en het buitenwettelijke begunstigende beleid.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding beoordeeld wordt aan de hand van de toerekenbaarheid aan de betrokkene. Fouten van gemachtigden zoals VWN zijn in de regel geen reden voor verschoonbaarheid. De overschrijding was niet verschoonbaar omdat de vreemdeling en referent zelf verantwoordelijk zijn voor tijdige indiening.
Verder oordeelde de Afdeling dat het wetsvoorstel tot verlenging van de termijn nog niet van kracht is en dat het buitenwettelijke beleid de vreemdeling niet helpt. Ook werd overwogen dat het Unierecht en het EVRM geen inhoudelijke beoordeling van de aanvraag verplichten bij een onverschoonbare termijnoverschrijding. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens onverschoonbare termijnoverschrijding.