ECLI:NL:RVS:2019:1492
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- E. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning parkeerplaatsen en inrit te Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende aan AST Beheer B.V. een omgevingsvergunning voor het aanleggen van parkeerplaatsen en een in- en uitrit op het perceel Bekkerstraat 141 te Utrecht. Diverse omwonenden, hierna appellanten, maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden onder meer dat bomen illegaal waren verwijderd, het stedenbouwkundig advies onvoldoende was en de verkeersveiligheid in het geding was.
De rechtbank Midden-Nederland vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Zowel appellanten als het college gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht onder meer de vraag of het college terecht het stedenbouwkundig advies had gevolgd, of de vergunning in strijd was met de Beheersverordening en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), en of de verkeersveiligheid en het uiterlijk van de omgeving voldoende waren gewaarborgd.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de bestaande bomen niet op de tekening hoefden te staan en dat het stedenbouwkundig advies voldeed aan de eisen. Ook was de vergunning voor de in- en uitrit niet in strijd met de APV of de Beheersverordening. De bezwaren van appellanten faalden en de Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond, waarmee de omgevingsvergunningen in stand blijven.