ECLI:NL:RVS:2019:1474
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijhouding persoonslijst in basisregistratie personen wegens onbekende verblijfplaats
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 22 juni 2017 besloten de bijhouding van de persoonslijst van appellante in de basisregistratie personen (brp) op te schorten met ingang van 27 februari 2017, omdat zij geen woon- of verblijfplaats bekendmaakte. Appellante verbleef tijdelijk in het buitenland en vreesde gezagsverlies over haar dochter.
Na een gedegen adresonderzoek, waarbij het college onder meer Suwinet raadpleegde en pogingen deed om appellante per brief en e-mail te bereiken, kon geen nieuw adres worden vastgesteld. Appellante voerde aan dat het college brieven naar een oud adres stuurde en geen telefonisch contact zocht, maar deze argumenten werden verworpen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De opschorting is gerechtvaardigd omdat de inschrijving in de brp niet juist was en het college geen gegevens over een nieuw verblijfadres kon achterhalen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opschorting van de bijhouding van de persoonslijst van appellante wegens onbekende verblijfplaats.