ECLI:NL:RVS:2019:1389
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 oktober 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 14 maart 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De vreemdeling mocht niet worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet was beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, die verband houden met de behandeling van het verzoek, moest vergoeden.
De uitspraak werd gedaan op 26 april 2019 door voorzieningenrechter C.J. Borman, die tevens de staatssecretaris veroordeelde tot betaling van €512 aan proceskosten voor rechtsbijstand verleend door een derde partij.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.