ECLI:NL:RVS:2019:1369
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet-naleving inburgeringsplicht ondanks betwisting toezeggingen en verzoek matiging
De minister legde appellant op 2 maart 2017 een boete van €1.250,- op wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. Appellant stelde dat hij telefonisch door DUO was toegezegd dat hij het inburgeringsexamen niet hoefde af te leggen en dat hij feitelijk aan de inburgeringsvereisten voldeed. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad van State bevestigt dit in hoger beroep.
De Afdeling overwoog dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem een concrete en ondubbelzinnige toezegging is gedaan door een bevoegd persoon. De minister ontkende de toezeggingen en de correspondentie bevestigt de inburgeringsplicht. Tevens voldeed appellant niet aan de formele inburgeringsvereisten, zoals het behalen van het examen of het voldoen aan de criteria voor ontheffing.
Verder oordeelde de Afdeling dat de minister terecht geen matiging van de boete toepaste, omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hem geen verwijt treft en hij geen poging deed om aan de plicht te voldoen binnen de gestelde termijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €1.250,- wegens niet voldoen aan de inburgeringsplicht en verklaart het hoger beroep ongegrond.