ECLI:NL:RVS:2019:1359
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen bedrijfsmatig gebruik uitweg op perceel te Benschop
Het college van burgemeester en wethouders van Lopik wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het bedrijfsmatig gebruik van een uitweg op een perceel in Benschop af. Appellant stelde dat dit gebruik in strijd was met het bestemmingsplan en niet vergund was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de omgevingsvergunning van 20 juni 2014, hoewel inmiddels vernietigd, het gebruik van de uitweg als onderdeel van het bedrijf van partij omvatte. Dit bleek uit de aanvraag en de bijgevoegde situatietekening waarop de uitweg was ingetekend. Hierdoor was het college ten tijde van het besluit op bezwaar niet bevoegd om handhavend op te treden tegen het gebruik van de uitweg.
Het betoog van appellant dat de uitweg niet onderdeel was van de vergunning en dat de ruimtelijke onderbouwing dit niet vermeldde, faalde omdat de tekeningen duidelijk waren en onderdeel uitmaakten van de vergunning. De Afdeling liet het betoog over een latere vergunning buiten beschouwing omdat deze na het bezwaarbesluit was verleend.
Gelet op het voorgaande bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.