ECLI:NL:RVS:2019:1346
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toepassing woonlandfactor bij vaststelling voorschot zorgtoeslag voor in België wonende AOW-gerechtigde
De zaak betreft het hoger beroep van een in België wonende AOW-gerechtigde tegen de vaststelling van haar voorschot zorgtoeslag over 2018 door de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst had het voorschot vastgesteld op basis van een woonlandfactor, een verhoudingsgetal tussen de gemiddelde zorgkosten in Nederland en België, waardoor het voorschot lager uitviel dan voor in Nederland wonenden.
De appellant betoogde dat deze systematiek leidt tot rechtsongelijkheid omdat zij meer premie betaalt dan een in Nederland wonende verzekerde met een AOW-pensioen, terwijl zij minder zorgtoeslag ontvangt. De rechtbank had het bezwaar van appellant gegrond verklaard, het besluit vernietigd en zelf het voorschot vastgesteld met toepassing van de woonlandfactor.
De Raad van State oordeelt dat de woonlandfactor is gebaseerd op een wettelijke systematiek die de zorgtoeslag koppelt aan de zorgkosten in het woonland. De toepassing van deze factor is niet kennelijk onredelijk en leidt niet tot ongelijke behandeling, omdat de zorgkosten in België lager zijn dan in Nederland. De wens van appellant om dezelfde toeslag te ontvangen als een in Nederland wonende verzekerde zou juist tot rechtsongelijkheid leiden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de juiste toepassing van de woonlandfactor en verklaart het hoger beroep ongegrond.