ECLI:NL:RVS:2019:1277
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag en weigering verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 april 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond verklaard. Het hoger beroep bevatte geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienden te bevorderen.
Het besluit van 4 april 2019, waarin opnieuw werd geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen, werd vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen na de bevestiging van het oordeel over de afwijzing van de asielaanvraag. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. van Eck in aanwezigheid van mr. J.W. Prins, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2019.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het oorspronkelijke besluit en vernietigt het besluit van 4 april 2019.