Uitspraak
Datum uitspraak: 24 april 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Arnhem stelde op 22 september 2017 het bestemmingsplan 'Fluvium Midden - Westervoortsedijk West' vast, dat onder meer een nieuwe definitie van het begrip 'recyclingbedrijf' bevatte voor het perceel van appellante, die een recyclingbedrijf exploiteert. Dit bestemmingsplan volgde op een eerdere vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vanwege een te beperkende definitie en gebrekkige planvoorbereiding.
Appellante stelde dat de nieuwe definitie onnodig beperkend was en niet aansloot bij de feitelijke en vergunde bedrijfsactiviteiten, waardoor wijzigingen in de bedrijfsvoering onnodig aan een wijziging van het bestemmingsplan werden gebonden. De raad erkende dat de definitie gebrekkig was, maar stelde dat dit niet uit de planregels bleek. De Afdeling oordeelde dat het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid en vernietigde het besluit van 5 maart 2018 voor zover het artikel 1, lid 1.58 van de planregels betreft.
De Afdeling wijzigde de definitie van 'recyclingbedrijf' zelf door toe te voegen dat ook wijzigingen van vergunningen of meldingen zijn toegestaan, mits de milieuhinder niet toeneemt. Verder verklaarde de Afdeling het beroep tegen het besluit van 22 september 2017 niet-ontvankelijk en wees zij nieuwe beroepsgronden van appellante af omdat deze reeds tegen het oorspronkelijke besluit van 13 juli 2015 hadden kunnen worden aangevoerd.
Tot slot werd de raad opgedragen de gewijzigde definitie binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan en werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van 5 maart 2018 wordt vernietigd wegens onzorgvuldige definitie van recyclingbedrijf, met een aangepaste definitie door de Afdeling.