ECLI:NL:RVS:2019:122
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag na stopzetting wegens fraude gastouderbureau
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die de terugvordering van kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 bevestigde. De Belastingdienst had de toeslag stopgezet en vastgesteld op nihil vanwege vermoedens van fraude bij het gastouderbureau en het ontbreken van bewijs over de gewerkte uren van de partner van appellant.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht gegevens mocht opvragen over de gewerkte uren en dat het ontbreken daarvan recht op toeslag uitsluit. Tevens werd het bezwaar over 2014 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellant voerde aan dat zij onterecht de dupe werd van de fraudeverdenkingen en dat de termijn voor het aanleveren van bewijs te kort was, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Belastingdienst heeft voldoende stukken overgelegd en de bewijslast ligt bij appellant om de gewerkte uren aan te tonen. De niet-ontvankelijkheid van het bezwaar over 2014 wordt eveneens gehandhaafd. De Belastingdienst heeft toegezegd het recht op toeslag opnieuw te beoordelen indien de belastingaanslag wordt herzien.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag bevestigd.