ECLI:NL:RVS:2019:1149
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2008 wegens onvoldoende bewijs
Appellant verzocht om herziening van de definitieve berekening van de kinderopvangtoeslag over 2008, die door de Belastingdienst/Toeslagen op nihil was vastgesteld. Na eerdere vernietiging van een eerdere uitspraak door de Afdeling bestuursrechtspraak, wees de Belastingdienst het bezwaar opnieuw af. Appellant stelde dat hij bewijs had geleverd dat de toeslag onjuist was vastgesteld en dat gelijke gevallen gelijk behandeld moesten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Belastingdienst alleen tot herziening overgaat indien op grond van feiten en omstandigheden is komen vast te staan dat de toeslag te laag is vastgesteld. Appellant moest dit zelf aantonen. De door appellant overgelegde bankafschriften en kwitanties wekten twijfel vanwege inconsistenties en onregelmatigheden in betalingen. De verklaring van appellant over de wijze van betaling en de omstandigheden van de gastouder kon de twijfel niet wegnemen.
De Afdeling concludeerde dat appellant niet had aangetoond dat de toeslag te laag was vastgesteld en dat de Belastingdienst terecht geen aanleiding zag tot herziening. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie over 2009 anders was, mede door het beleid omtrent herziening van voorschotten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen tot afwijzing van het herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard.