ECLI:NL:RVS:2019:1097
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over misbruik van recht door appellant
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 augustus 2018. De rechtbank had geoordeeld dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt, hetgeen de basis vormde voor haar beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 9 april 2019 de aangevallen uitspraak bevestigd. De Afdeling overweegt dat de door appellant aangevoerde argumenten in hoger beroep onvoldoende zijn om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
Belangrijk in deze overweging is dat de Afdeling in eerdere uitspraken (ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291, ECLI:NL:RVS:2018:2345, ECLI:NL:RVS:2018:3960 en ECLI:NL:RVS:2018:3961) reeds heeft geoordeeld dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt in vergelijkbare zaken. De feiten in de onderhavige zaak zijn vergelijkbaar, waardoor het oordeel standhoudt.
Ten slotte is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd in het proces-verbaal.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt.