ECLI:NL:RVS:2018:997
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 maart 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om zijn voorgenomen uitzetting op 22 maart 2018 te voorkomen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken en dat de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening binnen een korte termijn moest plaatsvinden. Daarom werd besloten om bij wijze van ordemaatregel de uitzetting op 22 maart 2018 op te schorten totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende deel van het verzoek.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 21 maart 2018 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 22 maart 2018 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.