ECLI:NL:RVS:2018:921
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 16 januari 2018 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daartegen ingestelde beroep op 8 februari 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend, aangezien de termijn van een week na verzending van de uitspraak op 13 februari 2018 op 20 februari 2018 was verstreken, terwijl het hogerberoepschrift pas op 22 februari 2018 was ontvangen. De omstandigheid dat de vreemdeling van gemachtigde was gewisseld en de huidige gemachtigde later kennisnam van de uitspraak, rechtvaardigde geen verlenging van de termijn.
Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.