ECLI:NL:RVS:2018:798
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoor en wederhoor in asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden doordat hij niet was uitgenodigd voor de zitting, waardoor hij zijn beroep niet kon toelichten.
De Raad van State constateerde dat er geen bewijs was dat de uitnodiging voor de zitting van 10 juli 2017 daadwerkelijk was verzonden, noch dat de vreemdeling op andere wijze was uitgenodigd. Hierdoor was niet voldaan aan artikel 8:56 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, wat betekende dat de vreemdeling niet de mogelijkheid had gekregen zijn beroep toe te lichten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van het hoor en wederhoor. Tevens stelde de Raad de proceskosten in hoger beroep vast op € 501,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van hoor en wederhoor.