ECLI:NL:RVS:2018:749
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.Th. Drop
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens geluidsoverlast bij slachterij
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde aan [appellant], exploitant van een slachterij te Kerkdriel, een last onder dwangsom op wegens dreigende overtreding van geluidgrenswaarden uit de omgevingsvergunning. Diverse dwangsommen werden opgelegd en ingevorderd na overschrijding van de maximale geluidniveaus bij de woning Veersteeg 13.
[Appellant] voerde onder meer aan dat het besluit niet op een geldige wettelijke grondslag berustte, dat de vergunningvoorschriften onjuist waren, en dat de meetmethoden niet voldeden aan de geldende Handleiding. Ook stelde hij dat bepaalde activiteiten, zoals het storten van slachtafval en het opbouwen van een hooibalenscherm, niet onder de geluidgrenswaarden vielen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht de last onder dwangsom had opgelegd en zich mocht baseren op de meetrapporten, waarbij de meetlocaties en -hoogtes conform de Handleiding waren gehanteerd. Het storten van slachtafval werd echter aangemerkt als laad- en losactiviteit en viel daardoor niet onder de geluidgrenswaarden, zodat dwangsommen hierover onterecht waren ingevorderd. Het hoger beroep tegen de last onder dwangsom werd ongegrond verklaard, maar het beroep tegen twee invorderingsbesluiten werd gegrond verklaard en vernietigd voor zover het ging om dwangsommen wegens het storten van slachtafval.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan [appellant].
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard; twee invorderingsbesluiten worden deels of geheel vernietigd wegens onterechte dwangsommen.