ECLI:NL:RVS:2018:742
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering intrekking bouwvergunning windturbine Sint Maartensbrug
Bij besluit van 20 december 2013 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Schagen de intrekking van een bouwvergunning uit 2005 voor het oprichten van een windturbine op een perceel te Sint Maartensbrug. Deze vergunning was verleend onder een vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Appellante, wonend nabij de locatie, verzocht om intrekking vanwege onjuiste gegevens bij de vergunningverlening en nadelige gevolgen zoals geluidsoverlast en waardedaling van haar woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de vergunning ten onrechte was verleend omdat de windturbine buiten het bouwvlak zou worden gebouwd, en dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de negatieve gevolgen en gewijzigde beleidsregels. De Afdeling oordeelde dat de vergunning in 2005 terecht was verleend en dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken op grond van artikel 2.33 Wabo, omdat geen gebruik van de vergunning was gemaakt.
Het college had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het geen gebruik maakte van deze bevoegdheid. Het belang van de vergunninghouder om de vergunning te behouden, omdat hij nog gebruik kan maken van de vergunning, was onvoldoende om intrekking te weigeren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van intrekking van de bouwvergunning uit 2005 wordt vernietigd.