ECLI:NL:RVS:2018:722
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling en afwijzing beroep
Bij besluit van 18 juli 2017 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hief de maatregel op, met toekenning van schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en toetste de maatregel opnieuw aan de ingebrachte beroepsgronden.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich deugdelijk had gemotiveerd omtrent het bestaan van zicht op uitzetting, onder meer door de geldigheid van een removal order gebaseerd op het Verdrag van Chicago. Ook was de belangenafweging omtrent het niet toepassen van een lichter middel dan bewaring, ondanks medische omstandigheden van de vreemdeling, voldoende onderbouwd.
Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel blijft van kracht.