ECLI:NL:RVS:2018:716
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting publiek toegankelijke inrichting wegens handel in drugs
De burgemeester van Amsterdam heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de onmiddellijke sluiting bevolen van een publiek toegankelijke inrichting vanwege handel in cocaïne en andere drugs. De politie trof bij een inval cocaïne aan in de winkel en drugs, een vuurwapen en gestolen goederen in de bovengelegen woning van de hoofdhuurder.
De onderhuurder van een ruimte in de inrichting voerde bezwaar aan tegen de sluiting, stellende dat hij niet betrokken was bij de drugshandel en dat de burgemeester had moeten volstaan met het sluiten van alleen de ruimtes die door de hoofdhuurder werden gebruikt. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en herroept het besluit, maar de Raad van State bevestigt het besluit van de burgemeester.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het belang van de openbare orde en het voorkomen van drugshandel zwaarder weegt dan de belangen van de onderhuurder. Het sluiten van alleen de ruimtes van de hoofdhuurder zou de doelstellingen van het sluitingsbeleid doorkruisen. De sluiting van de gehele inrichting is daarom proportioneel en gerechtvaardigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de gehele inrichting wegens handel in drugs en wijst het hoger beroep van de onderhuurder af.