ECLI:NL:RVS:2018:559
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom permanente bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 27 juli 2016 aan verzoeker een last onder dwangsom op om het gebruik van zijn recreatiewoning voor permanente bewoning te staken, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan "IJburg 1e fase". Verzoeker woont sinds 1988 op het perceel en staat sinds 2011 ingeschreven op dat adres als hoofdverblijf.
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, namelijk het verlengen van de begunstigingstermijn met vier jaar of een redelijke termijn. De voorzieningenrechter overwoog dat een begunstigingstermijn bedoeld is om de overtreding zonder dwangsom op te heffen en dat vier jaar te lang is. Desondanks werd het besluit geschorst tot de uitspraak in de hoofdzaak, mede vanwege de langdurige bewoning, het ontbreken van onomkeerbare gevolgen, en het feit dat verzoeker op zoek is naar alternatieve woonruimte.
Het college stelde belangen als natuurbescherming en het voorkomen van precedentwerking, maar deze waren niet dringend genoeg om onmiddellijke beëindiging te rechtvaardigen. De voorlopige voorziening is niet bindend voor de bodemprocedure en heeft geen precedentwerking. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.B.M.J. van der Beek-Gillessen op 21 februari 2018.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst tot de uitspraak in de hoofdzaak en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.