ECLI:NL:RVS:2018:51
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.W. van de Gronden
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving sluiting massagesalon wegens illegale prostitutie
De zaak betreft een besluit van 17 april 2015 waarbij de burgemeester en het algemeen bestuur de exploitatie van een massagesalon in Amsterdam hebben verboden en bestuursdwang hebben aangezegd om de exploitatie te staken en de massagetafels te verwijderen. Dit besluit volgde op eerdere handhavingsbesluiten tegen de toenmalige exploitant wegens illegale prostitutieactiviteiten in het pand.
Na de verkoop van de onderneming aan nieuwe exploitanten, [appellante A] en [appellant B], constateerden toezichthouders dat de massagesalon onder een nieuwe naam werd voortgezet met dezelfde bedrijfsvoering, waarbij massages werden gecombineerd met prostitutieactiviteiten zonder de vereiste vergunning. Diverse rapporten van verbalisanten bevestigden dat klanten ongevraagd een 'happy ending' werd aangeboden.
De exploitanten voerden aan dat zij een nieuwe bedrijfsvoering hadden en dat slechts een deel van het personeel was overgenomen, maar de Raad van State oordeelde dat de bedrijfsvoering feitelijk was voortgezet en dat het opleggen van bestuursdwang passend en proportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang tegen de exploitanten van de massagesalon is bevestigd.