ECLI:NL:RVS:2018:445
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod na ongegrond beroep vreemdeling tegen besluit staatssecretaris
De staatssecretaris heeft op 22 februari 2017 een inreisverbod uitgevaardigd tegen de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 juni 2017 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank ten onrechte niet had gezorgd voor zijn aanwezigheid bij de zitting van 29 mei 2017, terwijl hij dit wel wenste. Hij had aangegeven dat hij vanwege een vrijheidsontnemende maatregel in de penitentiaire inrichting verbleef. De Afdeling oordeelde echter dat de vreemdeling niet tijdig een verzoek had ingediend om de zitting bij te wonen, zoals vereist volgens het procesreglement bestuursrecht. Dit verweer faalde.
Verder voerde de vreemdeling andere gronden aan die voldeden aan de wettelijke eisen, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Afdeling vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde het inreisverbod. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het inreisverbod en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.