ECLI:NL:RVS:2018:4326
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard tegen vereenvoudigde behandeling hoger beroep bestuursrecht
De zaak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 21 september 2017, waarin het hoger beroep van opposant kennelijk ongegrond werd verklaard na vereenvoudigde behandeling. De Afdeling oordeelde dat opposant in hoger beroep slechts de gronden herhaalde die reeds bij de rechtbank waren aangevoerd en niet had toegelicht waarom de overwegingen van de rechtbank onjuist of onvolledig waren.
Opposant stelde in verzet dat hij wel degelijk had toegelicht waarom de rechtbank onjuist had gehandeld, met name omdat de rechtbank de motivering van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten had gevolgd en een onjuiste uitleg van de wet- en regelgeving hanteerde. De Afdeling verduidelijkte dat verzet ex artikel 8:55 Awb Pro alleen ziet op de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast wegens kennelijke ongegrondheid.
De Afdeling concludeerde dat de aangevoerde argumenten in verzet niet leidden tot twijfel over de uitspraak van 21 september 2017. Het algemene betoog dat de rechtbank onjuist had gehandeld en de wet verkeerd had toegepast, zonder concrete motivering, was onvoldoende. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet van opposant tegen de vereenvoudigde behandeling van zijn hoger beroep is ongegrond verklaard.