ECLI:NL:RVS:2018:4311
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 8 oktober 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 november 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het hogerberoepschrift werd echter op 22 november 2018 ingediend, nadat de termijn op 21 november 2018 was geëindigd. Er waren geen omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarnaast verzocht de vreemdeling om een voorlopige voorziening, maar dit verzoek werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij in aanwezigheid van griffier M.M. Bosma op 27 december 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.