ECLI:NL:RVS:2018:4271
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- B.P. Vermeulen
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging schuldhulpverlening wegens onvoldoende motivering over uitsluitingstermijn
Het college van burgemeester en wethouders van Venlo beëindigde de schuldhulpverlening aan appellant vanwege het niet melden van vermogen in de vorm van onroerend goed in Turkije. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar het hoger beroep richt zich op de motivering van het besluit en de toepassing van de uitsluitingstermijn van vijf jaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit op bezwaar weliswaar de reden van beëindiging vermeldt, maar dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd over de uitsluitingstermijn. De rechtbank had dit gebrek niet mogen passeren met artikel 6:22 Awb Pro. De Afdeling vernietigt daarom het besluit voor zover het niet ingaat op deze bezwaargrond.
Desondanks laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat de beleidsregels geen ruimte bieden om de uitsluitingstermijn achterwege te laten zonder een aantoonbare veranderde situatie. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De Afdeling benadrukt dat de beoordeling van een nieuw schuldhulpverleningstraject bij het college ligt.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van schuldhulpverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de uitsluitingstermijn, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.