ECLI:NL:RVS:2018:4241
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verklaring van betrouwbaarheid voor alarminstallateur wegens strafrechtelijke antecedenten
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring van betrouwbaarheid om als alarminstallateur te kunnen werken. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen op grond van strafrechtelijke antecedenten, waaronder veroordelingen voor wapendelicten en het bezit van harddrugs, en een lopende verdenking van drugshandel.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellant stelde dat de strafbare feiten ruim twee tot drie jaar geleden zijn gepleegd, dat hij sindsdien een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De Raad van State oordeelt dat de korpschef terecht heeft geoordeeld dat appellant onvoldoende betrouwbaar is, gelet op de ernst en recentheid van de feiten, het feit dat de strafbare feiten kort achter elkaar zijn gepleegd en het ontbreken van langdurige gedragsverbetering. De hardheidsclausule is niet toepasbaar omdat de afwijzing gebaseerd is op onvoldoende betrouwbaarheid volgens paragraaf 2.3, aanhef en onder c, van de Beleidsregels.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een verklaring van betrouwbaarheid wordt terecht afgewezen vanwege onvoldoende betrouwbaarheid.