ECLI:NL:RVS:2018:4223
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens onvoldoende onderzoek westerse levensstijl
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluiten van 4 juli 2018 de asielaanvragen van de vreemdelingen niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat op basis van een eerdere uitspraak van 21 november 2018 over de westerse levensstijl van vrouwelijke asielzoekers het hoger beroep gegrond was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beroepen werden alsnog gegrond verklaard. De besluiten van 4 juli 2018 werden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris werd opgedragen het onderzoek naar de westerse levensstijl van vreemdeling 1 opnieuw te verrichten, met inachtneming van de onderzoeksplicht en motiveringsplicht zoals geformuleerd in de eerdere uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van mr. J.W. Prins, griffier, op 19 december 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten van 4 juli 2018 worden vernietigd en de staatssecretaris moet het onderzoek opnieuw uitvoeren.