ECLI:NL:RVS:2018:4218
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 oktober 2018 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 november 2018 het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek strekte tot opschorting van de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank en het toekennen van opschortende werking aan het hoger beroep, zodat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening zou worden opgeschort. Omdat de overdrachtstermijn pas op 25 maart 2019 zou verstrijken en er geen spoedeisende omstandigheden waren gesteld, was er geen spoedeisend belang bij het verzoek.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand ter hoogte van € 501,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.